Univé Zorg heeft een civiele procedure gestart tegen een gedaagde die handelt onder een handelsnaam als bewindvoerder. Univé vorderde betaling van €500,- met rente en proceskosten, maar verzocht later om royement van de procedure, wat neerkomt op doorhaling van de zaak.
Gedaagde stemde in met het royement, mits Univé werd veroordeeld in de proceskosten. Univé bood dit niet aan, waardoor geen onvoorwaardelijke instemming was en de kantonrechter inhoudelijk moest oordelen.
Univé had haar vorderingen verminderd tot nihil, zodat de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen achterwege kon blijven. De kantonrechter oordeelde dat Univé onnodige proceskosten had veroorzaakt en veroordeelde haar tot betaling van €75,- aan proceskosten aan de zijde van gedaagde.
De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter A.M. van Kalmthout en op 27 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.