ECLI:NL:RBROT:2022:4109

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
9580762
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 RvArt. 129 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na verzoek tot royement in civiele procedure

Univé Zorg heeft een civiele procedure gestart tegen een gedaagde die handelt onder een handelsnaam als bewindvoerder. Univé vorderde betaling van €500,- met rente en proceskosten, maar verzocht later om royement van de procedure, wat neerkomt op doorhaling van de zaak.

Gedaagde stemde in met het royement, mits Univé werd veroordeeld in de proceskosten. Univé bood dit niet aan, waardoor geen onvoorwaardelijke instemming was en de kantonrechter inhoudelijk moest oordelen.

Univé had haar vorderingen verminderd tot nihil, zodat de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen achterwege kon blijven. De kantonrechter oordeelde dat Univé onnodige proceskosten had veroorzaakt en veroordeelde haar tot betaling van €75,- aan proceskosten aan de zijde van gedaagde.

De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter A.M. van Kalmthout en op 27 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Univé wordt veroordeeld tot betaling van €75,- aan proceskosten aan gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9580762 \ CV EXPL 21-40779
datum uitspraak: 27 mei 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
N.V. Univé Zorg, betreffende ZEKUR,
vestigingsplaats: Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam] in de hoedanigheid van bewindvoerder in het bewind van [naam],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats],
gedaagde,
gemachtigde: mr. C. Car.
De partijen worden hierna ‘Univé’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 november 2021, met bijlagen;
  • het antwoord met bijlage;
  • de akte van Univé;
  • de brief aan de kant van [gedaagde].

2..Het geschil

2.1.
Univé eist aanvankelijk samengevat:
  • [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 500,- met rente;
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en nakosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met deze eis en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Univé in de proceskosten.
2.3.
Univé verzoekt na het antwoord om haar moverende redenen om royement van de procedure.
2.4.
[gedaagde] stemt in met het royement, maar verzoekt daarbij Univé te veroordelen in de proceskosten.

3..De beoordeling

3.1.
De kantonrechter begrijpt het verzoek van Univé om royement van de procedure als een verzoek tot doorhaling op de rol op grond van het bepaalde in artikel 246 Rv Pro. Doorhaling op de rol op grond van deze bepaling kan uitsluitend plaatsvinden indien beide partijen daarmee instemmen.
3.2.
[gedaagde] heeft ingestemd met het royement onder de voorwaarde dat Univé wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Univé heeft niet aangeboden de proceskosten van [gedaagde] te voldoen. Dat betekent dat [gedaagde] niet onverkort heeft ingestemd met het verzoek van Univé. In dat geval kan geen doorhaling van de procedure plaatsvinden. Dit betekent dat inhoudelijk naar de zaak moet worden gekeken.
3.3.
Uit het verzoek tot royement begrijpt de kantonrechter dat Univé haar vorderingen vermindert tot nihil (artikel 129 Rv Pro), zodat deze niet meer hoeven te worden beoordeeld. De kantonrechter dient nog wel te beslissen over de proceskosten.
3.4.
Univé is een procedure gestart en heeft haar vordering vervolgens zonder nadere toelichting verminderd tot nihil. Als gevolg hiervan heeft [gedaagde] onnodig proceskosten moeten maken. Dit komt voor rekening van Univé. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding Univé in de proceskosten aan de kant van [gedaagde] te veroordelen.
3.5.
De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van [gedaagde] tot vandaag vast op € 75,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 75,- tarief).
3.6.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4..De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Univé in de proceskosten aan de kant van [gedaagde], tot vandaag vastgesteld op een bedrag van € 75,- aan salaris voor de gemachtigde;
4.2.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
54214