ECLI:NL:RBROT:2022:4128
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstandsuitkering na verkoop woning
Eiseres ontving bijstand als alleenstaande ouder en woonde met haar minderjarige kind in een woning die zij samen met haar ex-echtgenoot bezat. Na verkoop van deze woning op 28 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de bijstandsuitkering ingetrokken en een bedrag teruggevorderd.
Na bezwaar en herziening stelde het college het terug te vorderen bedrag vast op €239,66 over de periode van 28 december 2020 tot en met 3 januari 2021. Eiseres voerde aan dat haar vermogen onjuist was vastgesteld omdat schulden niet waren meegenomen en dat zij niet in haar levensonderhoud kon voorzien.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende onderbouwing gaf voor de opgevoerde schulden en dat het college terecht het terugvorderingsbedrag had berekend. Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit niet meer in behandeling was, en het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, met een terugvordering van €239,66.