ECLI:NL:RBROT:2022:4141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft op 7 februari 2022 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege zakelijke schulden uit een eenmanszaak gestart in juli 2020. De rechtbank acht zich bevoegd en verklaart het verzoek ontvankelijk omdat aannemelijk is dat er geen reële mogelijkheden waren voor een buitengerechtelijke schuldregeling.
De inhoudelijke beoordeling leidt tot afwijzing omdat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit blijkt onder meer uit het ontbreken van een deugdelijke administratie, het niet aanleveren van een overzicht van de Belastingdienst en het niet doen van tijdige aangiften, wat verzoeker te verwijten valt.
Daarnaast zijn er aanzienlijke schulden bij het CJIB wegens verkeersboetes en schulden die duiden op overbesteding, zoals lease- en reparatiekosten van luxe voertuigen, die eveneens niet te goeder trouw zijn ontstaan. Ondanks spijtbetuiging en het belang van verzoeker bij een duurzame oplossing, acht de rechtbank dit onvoldoende voor toelating. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden.