Uitspraak
1..De procedure
- [schuldenaar ], schuldenaar;
- [schuldenares], schuldenares (hierna tezamen met schuldenaar: schuldenaren);
- de heer K. Jansen, beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw mr. L.E. de Wal, bewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van twee schuldenaren die sinds januari 2019 onder bewind stonden. De bewindvoerder bracht negatief advies uit vanwege tekortkomingen in de nakoming van informatie- en afdrachtverplichtingen, een boedelachterstand van €2.291,31 en nieuwe schulden van €6.818,15. Schuldenaren informeerden onvoldoende over het dienstverband van schuldenaar bij zijn dochter, wat leidde tot het vermoeden van een schijnconstructie om schuldeisers te benadelen.
Tijdens de zitting betwistten schuldenaren de tekortkomingen deels, maar erkenden de huurachterstand en het ontstaan van nieuwe schulden. De beschermingsbewindvoerder bevestigde het gebrek aan transparantie en het onvermogen om de financiële achterstanden binnen 24 maanden in te lopen. De rechtbank oordeelde dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in hun verplichtingen en dat het vermoeden van benadeling van schuldeisers niet is weggenomen.
De rechtbank stelde vast dat de informatieverplichting niet is nagekomen, dat de afdrachtverplichting niet is voldaan en dat nieuwe schulden zijn ontstaan zonder aflossingsregelingen. De onduidelijke salarisbetalingen via de dochter versterkten het vermoeden van benadeling. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het standpunt van de beschermingsbewindvoerder werd geen verlenging van de regeling toegestaan.
De rechtbank beëindigde de schuldsaneringsregeling zonder schone lei en stelde het salaris van de bewindvoerder vast op maximaal €5.691,12. Tegen dit vonnis kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld door een advocaat.
Uitkomst: De rechtbank weigert de schone lei vanwege toerekenbare tekortkomingen en het vermoeden van benadeling van schuldeisers.