Op 30 januari 2022 ontstond een conflict tussen verdachte en aangever over het eerder ophalen van kinderen, waarna verdachte de aangever een kopstoot gaf en hem met een schroevendraaier meerdere keren stak. De aangever liep oppervlakkige verwondingen op, bevestigd door een forensisch arts en foto's.
De officier van justitie eiste vrijspraak voor poging doodslag, maar bewezenverklaring van poging zware mishandeling met voorwaardelijk opzet. De verdediging betoogde volledige vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging wegens noodweer.
De rechtbank oordeelde dat poging doodslag niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij. Ook voor poging zware mishandeling was geen sprake van opzet, omdat het letsel oppervlakkig was en de omstandigheden van het voorwerp en de kracht onbekend. Daarom sprak de rechtbank ook verdachte vrij van deze poging.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke taakstraf werd afgewezen omdat verdachte niet veroordeeld werd voor het ten laste gelegde feit.
De rechtbank hechtte geen waarde aan het noodweerverweer van de verdediging, omdat verdachte de agressor was. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en de kosten van de benadeelde partij werden begroot op nihil.