Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 31 december 2021, met producties 1 tot en met 6,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 10 januari 2022,
- de eiswijziging van [naam eiser].
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak stond centraal dat eiser eigenaar is van een appartementsrecht waarop conservatoir beslag was gelegd door gedaagde. Het gerechtshof Den Haag had het beslag op 26 oktober 2021 opgeheven vanwege het geringe belang van gedaagde bij handhaving tegenover het belang van eiser bij opheffing.
Ondanks het arrest heeft gedaagde nagelaten het beslag in het kadaster door te halen en geen opdracht gegeven aan de deurwaarder dit te doen. Het kadaster kon het beslag niet doorhalen vanwege ontbrekende kadastrale aanduiding in het arrest en het gebruik van een vreemde taal in het arrest.
Eiser vorderde in kort geding dat gedaagde wordt bevolen het beslag binnen 24 uur door te halen, bij gebreke van een dwangsom. De voorzieningenrechter oordeelde dat er wel degelijk spoedeisend belang is, mede gezien de langdurige procedure en het belang van eiser om de woning te verkopen.
De vorderingen tot opheffing van het beslag werden afgewezen omdat het beslag reeds was opgeheven, maar het gebod om het beslag door te halen werd toegewezen. Gedaagde handelt onrechtmatig door niet te voldoen aan de opheffingsbeslissing zonder cassatie te hebben ingesteld. De dwangsom werd gemaximeerd op €50.000 en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen het beslag binnen 48 uur in het kadaster door te halen onder dreiging van een dwangsom tot € 50.000.