ECLI:NL:RBROT:2022:4301
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang na toekenning bijstandsuitkering met terugwerkende kracht
Eiseres ontving vanaf 6 april 2021 een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Verweerder schortte haar recht op bijstand op per 17 september 2021 vanwege het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
Tijdens de procedure keerde verweerder alsnog een bijstandsuitkering toe met ingang van 1 september 2021, waardoor het recht op bijstand met terugwerkende kracht onafgebroken doorliep. Hierdoor heeft eiseres geen belang meer bij een oordeel over het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Eiseres diende niet te verschijnen op de zitting en gaf aan geen nadere zitting te wensen. Klachten van eiseres over andere overheidsinstanties werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet betrekking hadden op het bestreden besluit. De rechtbank veroordeelde verweerder niet in proceskosten maar droeg hem wel op het betaalde griffierecht van €49,- aan eiseres te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang meer heeft na toekenning van de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht.