De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor mensensmokkel van zeven personen van Albanese afkomst, die hij als schipper meevoerde op een zeiljacht richting het Verenigd Koninkrijk. De verdachte was onbekwaam als schipper, het jacht was ongeschikt en er waren veiligheidsrisico's zoals onvoldoende reddingsvesten en varen in het donker. Tijdens de tocht droeg verdachte het roer over aan eveneens onbekwame passagiers, wat de situatie gevaarlijk maakte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf, omdat het louter vervoeren van personen volgens de wetswijziging van 2005 onder het begrip doorreis valt en niet onder verblijf. Het bewezenverklaarde feit betreft het behulpzaam zijn bij toegang tot of doorreis door Nederland en/of het Verenigd Koninkrijk.
De rechtbank nam de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee in de strafmotivering. Hoewel verdachte niet eerder was veroordeeld, woog de rechtbank het gevaar voor de gesmokkelden en het ontwrichtende karakter van mensensmokkel zwaar. De straf werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
De rechtbank hield rekening met de oorlog in Oekraïne die tijdens de voorlopige hechtenis uitbrak en de zorgen van verdachte over zijn moeder, evenals het feit dat daardoor bepaald onderzoek niet mogelijk was. De tenuitvoerlegging van de straf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, met mogelijke deelname aan penitentiaire programma's of voorwaardelijke invrijheidsstelling.