HW Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens vermeende (geluids)overlast en tekortkomingen in het nakomen van de verplichting zich als goed huurder te gedragen. De overlast zou bestaan uit nachtelijk gillen, schreeuwen, bonken, schuiven met spullen en het dagelijks schoonmaken van de trap met bijtende middelen.
De rechtbank beoordeelt de klachten van de buren [persoon A] en [persoon B], die logboeken en klachten hebben ingediend, maar stelt vast dat deze subjectief zijn en zonder objectieve geluidsmetingen onvoldoende bewijs vormen. Tijdens een descente zijn geen geluiden waargenomen die de overlast bevestigen. [gedaagde] erkent slechts incidenteel spullen te laten vallen en laat ’s avonds laat stofzuigen, wat onvoldoende is voor ontbinding.
Ook de bewering dat het schoonmaken van de trap overlast veroorzaakt en schade oplevert, wordt niet voldoende onderbouwd. De rechtbank concludeert dat de tekortkomingen onvoldoende gewicht hebben om ontbinding te rechtvaardigen. HW Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten en de vordering wordt afgewezen.