ECLI:NL:RBROT:2022:4398
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onderhuurder tot toegang tot ontruimde woning
Eiseres stelt dat zij als onderhuurder rechten heeft op een woning die door IMMO ontruimd is nadat de hoofdhuurovereenkomst met de hoofdhuurder is ontbonden. Zij vordert onmiddellijke toegang tot de woning met een dwangsom voor iedere dag van niet-naleving.
IMMO voert verweer en stelt dat de woning inmiddels aan een nieuwe huurder is verhuurd, waardoor zij niet in staat is de woning aan eiseres ter beschikking te stellen. De rechtbank oordeelt dat dit feitelijk de uitvoering van de vordering onmogelijk maakt.
Daarnaast twijfelt de rechtbank aan de authenticiteit en totstandkoming van de onderhuurovereenkomst die eiseres overlegt. Vragen over medehuurderschap, woonplaatsregistratie en betalingsbewijzen blijven onbeantwoord. Hierdoor is onvoldoende aannemelijk dat eiseres rechten aan de onderhuurovereenkomst kan ontlenen.
De rechtbank concludeert dat de vordering niet toewijsbaar is, zowel vanwege de onmogelijkheid tot uitvoering als het ontbreken van voldoende bewijs van rechten. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van IMMO.
Uitkomst: Vordering tot toegang tot de woning wordt afgewezen wegens onmogelijkheid tot uitvoering en onvoldoende bewijs van rechten.