AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing zorgmachtiging wegens onvoldoende medische verklaring zonder persoonlijk onderzoek
De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 mei 2022 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene. De procedure omvatte een schriftelijk verzoek met bijlagen waaronder een medische verklaring van een onafhankelijk psychiater, een zorgkaart en een zorgplan. Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene niet aanwezig, ondanks behoorlijke oproeping, en verscheen de officier van justitie niet.
De kern van het geschil betrof de medische verklaring, waarin de psychiater betrokkene niet persoonlijk had onderzocht of gesproken, noch telefonisch. De verklaring was gebaseerd op informatie van de zorgverantwoordelijke en vertrouwelijke stukken. De psychiater stelde dat betrokkene vanwege agressief gedrag niet bezocht kon worden, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht. Er was geen bewijs dat een persoonlijk onderzoek redelijkerwijs onmogelijk was, noch dat alternatieven zoals begeleiding door beveiliging of politie waren overwogen.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring niet voldeed aan de wettelijke en jurisprudentiële eisen, die vereisen dat de psychiater betrokkene in fysieke aanwezigheid onderzoekt tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is, met een verantwoording van het alternatief. Daarom kon het verzoek tot zorgmachtiging niet op deze verklaring worden gebaseerd en werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens onvoldoende medische verklaring zonder persoonlijk onderzoek.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/637677 / FA RK 22-3043
Referentienummer: ZM/IND/53016
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 17 mei 2022 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te Curaçao,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [woonplaats betrokkene],
advocaat mr. R.F. Nelisse te Schiedam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 3 mei 2022.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 26 april 2022;
de zorgkaart van 28 maart 2022;
het zorgplan van 8 april 2022;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante strafvorderlijke - en justitiële gegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 mei 2022.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2], psychiater, verbonden aan Fivoor.
1.3.
De officier is, anders dan vooraf aangekondigd, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, kennelijk omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
1.4.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Betrokkene is behoorlijk opgeroepen door de rechtbank, maar hij is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. De advocaat van betrokkene heeft betrokkene telefonisch gesproken en hem geïnformeerd over de geplande mondelinge behandeling. Betrokkene heeft aan zijn advocaat verklaard niet aanwezig te willen zijn.
2..Beoordeling
2.1.
Uit de medische verklaring blijkt dat de onafhankelijk psychiater betrokkene niet persoonlijk heeft gezien of gesproken. De medische verklaring is geschreven vanuit de informatie van de zorgverantwoordelijke en vertrouwelijk verstrekte stukken. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene niet bezocht omdat, zo blijkt uit de medische verklaring, hij van de zorgverantwoordelijke heeft vernomen dat betrokkene niet bezocht kan worden wegens forse agressie en (doods)bedreigingen naar derden, vooral hulpverleners.
2.2.
De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 25 september 2020, samenvattend, onder meer overwogen dat de oude rechtspraak in het kader van de Wet Bopz met betrekking tot de wijze waarop het onderzoek van een betrokkene met het oog op de door de psychiater af te geven geneeskundige verklaring dient plaats te vinden, onder de Wvggz zijn betekenis heeft behouden. Dit houdt in dat de psychiater het in die wet voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel zo dient te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel.
De psychiater zal in zijn medische verklaring moeten verantwoorden waarom onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk of niet verantwoord is, voor welk alternatief hij heeft gekozen, en op welke gronden hij tot de slotsom is gekomen dat aan de vereisten voor verlening van verplichte zorg is voldaan. De rechtbank zal vervolgens moeten beoordelen of de verzochte machtiging op grond van de medische verklaring kan worden verleend. Daarbij kan een rol spelen dat ten aanzien van de betrokkene sprake is van een crisissituatie, die – in de eerste plaats in het belang van de betrokkene zelf – zo spoedig mogelijk moet worden beëindigd.
2.3.
Gelet op de genoemde uitspraak en het tijdens de mondelinge behandeling van 17 mei 2022 gestelde, is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat de overgelegde medische verklaring van de onafhankelijk psychiater onvoldoende is om daarop het verzoek te kunnen baseren. De psychiater heeft geen enkele poging gedaan betrokkene persoonlijk te onderzoeken of te spreken te krijgen, zelfs niet telefonisch. Dat een onderzoek van betrokkene niet mogelijk zou zijn vanwege zijn gedrag is niet gebleken. Ter zitting is in dit verband door de psychiater aangegeven dat betrokkene inderdaad dreigend is naar derden, in het bijzonder medewerkers van Fivoor, maar dat deze situatie al geruime tijd bestaat, zonder dat dit heeft geleid tot feitelijk geweld door betrokkene op één incident in zijn woonvorm na. Voor zover er sprake zou zijn van feitelijk geweld had er voor kunnen worden gekozen de onafhankelijk psychiater bij zijn onderzoek van betrokkene te doen begeleiden door beveiliging of politie. Dat deze optie is overwogen is niet gesteld noch gebleken. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de medische verklaring niet voldoet aan de door de wet en rechtspraak gestelde vereisten. De rechtbank bepaalt dat het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging daarom wordt afgewezen.
3..Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 17 mei 2022 mondeling gegeven door mr. J. van Driel, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 25 mei 2022 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.