Eiser, sinds 1992 WAO-uitkeringsgerechtigde vanwege arbeidsongeschiktheid, verzocht in 2019 om herziening van zijn uitkering wegens verslechterde gezondheid. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de toegenomen klachten niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak als waarvoor de WAO-uitkering werd toegekend. Verweerder weigerde de herziening en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiser stelde dat zijn psychische klachten verergerd zijn en dat nieuwe lichamelijke klachten, waaronder een levertransplantatie, onder de WAO vallen. Hij voerde aan dat verweerder onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd heeft gehandeld. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid een andere oorzaak heeft dan de oorspronkelijke WAO-uitkering.
Daarnaast was eiser op het moment van toegenomen arbeidsongeschiktheid uitsluitend op grond van artikel 7b WAO als werknemer verzekerd, wat betekent dat hij niet verzekerd was voor nieuwe klachten. Daarom was het besluit tot weigering van herziening terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.