ECLI:NL:RBROT:2022:4482

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
9 juni 2022
Zaaknummer
ROT 20/6885
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:42 AwbWet dieren
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens verval bestuurlijke boete na overlijden overtreder

De zaak betreft een bestuurlijke boete van €2.500,- opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Na het primaire besluit en een ongegrond verklaard bezwaar, werd beroep ingesteld door de overtreder.

Tijdens de beroepsprocedure overleed de overtreder, waarna zijn erfgename zich meldde om de procedure voort te zetten. De rechtbank overwoog dat op het moment van overlijden de boete nog niet onherroepelijk was.

Op grond van artikel 5:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt een bestuurlijke boete indien deze niet onherroepelijk is bij overlijden. Hierdoor verviel de boete van rechtswege en bestond er geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep.

De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af, aangezien het verval van de boete niet het gevolg was van een tegemoetkoming van de verweerder.

De uitspraak werd gedaan door rechter L.E.M. Wilbers-Taselaar op 10 juni 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuurlijke boete van rechtswege is vervallen na het overlijden van de overtreder.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/6885

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , als erfgename van [A] , eiseres,

gemachtigde: mr. J. de Vet,
en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. E.M.M. Geerligs.

Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder [A] een boete opgelegd van € 2.500,- voor een overtreding van de Wet dieren.
Bij besluit van 23 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Daarnaast heeft verweerder een dwangsom toegekend van € 1.442,-.
[A] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 25 maart 2022 heeft de gemachtigde van eiseres bericht dat [A] op 30 augustus 2021 is overleden. Onder overlegging van een verklaring van erfrecht heeft eiseres als enig erfgename van [A] de rechtbank bericht de procedure als rechtsopvolger te willen voortzetten.
Met instemming van partijen is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. [A] , aan wie de boete is opgelegd, is hangende deze beroepsprocedure over de boete overleden. Op het moment van overlijden stond de boete dus nog niet onherroepelijk vast.
2. Op grond van artikel 5:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt een bestuurlijke boete indien zij op het tijdstip van het overlijden van de overtreder niet onherroepelijk is.
3. Dit betekent dat de aan [A] opgelegde boete van rechtswege is komen te vervallen. Daarmee bestaat geen processueel belang meer bij de beoordeling van de boete. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat eiseres nog een procesbelang in deze procedure heeft.
4. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Er is immers geen sprake van een tegemoetkomen door verweerder, maar van het van rechtswege vervallen van de boete.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op
10 juni 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.