Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan 32 schuldeisers, waarbij 30 schuldeisers instemden en twee schuldeisers weigerden. De regeling voorziet in een eenmalige betaling van een percentage van de vorderingen, gefinancierd door een saneringskrediet. Verzoekster heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt, geen startkwalificaties en weinig werkervaring, en is bezig met re-integratie.
De twee weigerende schuldeisers hadden een gering aandeel in de totale schuldenlast en gaven uiteenlopende redenen voor hun weigering, waaronder vermeende niet te goeder trouw ontstane schuld. De rechtbank constateerde dat de regeling zorgvuldig was opgesteld, getoetst door een onafhankelijke partij en het uiterste is wat verzoekster kan bieden.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigerende schuldeisers. De rechtbank wees het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af en stelde het dwangakkoord vast, waarbij de weigerende schuldeisers werden veroordeeld in de proceskosten.