Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij preferente schuldeisers 16,09% en concurrente schuldeisers 8,04% van hun vordering ontvangen. Van de 24 schuldeisers stemden 23 in met het akkoord, maar één schuldeiser, met een vordering van 20,2% van de totale schuld, weigerde in te stemmen vanwege het lage bedrag en vermeende niet-naleving van verplichtingen door verzoekster.
De rechtbank beoordeelde of deze schuldeiser in redelijkheid kon weigeren in te stemmen, waarbij werd meegewogen dat het akkoord door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was. Verzoekster is psychologisch in behandeling en verwacht binnen drie jaar betaald werk te vinden, wat de afloscapaciteit kan verhogen.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder weegt dan het belang van de weigeraar. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen, de schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.