ECLI:NL:RBROT:2022:45
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-uitkeringsbesluit na wijziging en nadere beslissing
Eiser, medior facilitair medewerker, werd ziek gemeld per 21 augustus 2017 en vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder wees deze aanvraag aanvankelijk af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep handhaafde verweerder dit standpunt in een bestreden besluit van april 2020.
Eiser stelde in beroep dat hij inmiddels 24 uur per week werkt, wat maximaal haalbaar is vanwege energetische problemen, en dat hij ook inkomsten had als oproepkracht bij een andere werkgever. Tevens stelde hij dat zijn eerste ziektedag eerder lag, namelijk 13 mei 2016, vanwege kanker en behandelingen.
Verweerder nam op 30 augustus 2021 een nadere beslissing waarin het eerdere besluit werd gewijzigd en eiser per 10 mei 2018 voor 59,77% arbeidsongeschikt werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk was omdat het nadere besluit het eerdere besluit verving. Het beroep tegen het nadere besluit werd inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard, omdat het nadere besluit voldoende rekening hield met de beperkingen en inkomsten van eiser.
De rechtbank bepaalde tevens dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden. Het beroep werd daarmee deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond, met vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Beroep tegen oorspronkelijk besluit niet-ontvankelijk; beroep tegen nadere beslissing ongegrond; griffierecht vergoed.