De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van vier kinderen die sinds januari 2020 onder toezicht staan vanwege ernstige problemen binnen het gezin. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar er is sprake van langdurige echtscheidingsproblematiek en onderlinge strijd die het welzijn van de kinderen bedreigt.
De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt de verlenging met zes maanden om aanbevelingen van de bijzondere curator op te volgen, waaronder het traject solo parallel ouderschap en psycho-educatie voor ouders en grootmoeder. De GI wil het contact tussen de vader en de kinderen herstellen, waarbij de dochters nog terughoudend zijn, maar de zoons openstaan voor contact.
De moeder uit zorgen over de betrokkenheid van de vader en twijfelt aan het succes van hulpverlening. De vader steunt de verlenging en wil meewerken aan contactherstel. De bijzondere curator constateert ouderafwijzing bij de dochters en benadrukt het belang van het versterken van de ouder-kindrelatie.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen nog steeds wordt bedreigd en dat verlenging noodzakelijk is. De hulpverlening richt zich nu op de ouder-kindrelatie in plaats van oudercommunicatie. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 21 juli 2022 en de taak van de bijzondere curator wordt beëindigd.