Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[naam eiser 1],
[naam eiser 2],
1..De procedure
- de dagvaarding van 10 mei 2022, met 12 producties;
- de mondelinge behandeling op 18 mei 2022;
- de spreekaantekeningen van eisers.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn broer en zus en erven gezamenlijk een woning van hun moeder, die in januari 2022 is overleden. Gedaagde woont sinds augustus 2021 feitelijk in de woning en weigert deze te verlaten, ondanks afspraken over verkoop en ontruiming. Eisers vorderen ontruiming, afvoer van achtergelaten eigendommen en medewerking aan verkoop en levering van de woning.
Tijdens de procedure is vastgesteld dat de woning gezamenlijk eigendom is en dat partijen niet verplicht zijn in onverdeeldheid te blijven. Gedaagde erkent de verkoop aan een derde, maar stelt persoonlijke omstandigheden en gebrek aan alternatieve woonruimte aan. Eisers onderbouwen hun vordering met een makelaarsverklaring over dalende woningwaarde en incidenten die bezichtigingen onmogelijk maken.
De rechtbank oordeelt dat het belang van eisers bij ontruiming en verkoop zwaarder weegt, mede vanwege de staat van de woning en het ontbreken van concreet uitzicht op beëindiging van de onverdeeldheid. De gevorderde ontruimingstermijn van een maand wordt redelijk geacht. De vorderingen tot medewerking aan verkoop en levering worden eveneens toegewezen, met het vonnis als plaatsvervanger bij weigering. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen een maand en medewerking aan verkoop en levering.