Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 19 januari 2022, met producties 1 tot en met 14;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 16;
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres, verhuurder van een bedrijfsruimte, dat gedaagde, Distribrands Cosmetics B.V., wordt veroordeeld tot betaling van een huurachterstand over de periode oktober 2020 tot en met juli 2021, ontruiming van het gehuurde en betaling van diverse bijkomende kosten en boetes. Distribrands voert verweer met onder meer een beroep op huurprijsvermindering wegens coronamaatregelen en gebreken aan het gehuurde.
De kantonrechter stelt vast dat partijen deels overeenstemming hebben bereikt over enkele vorderingen, waardoor deze worden afgewezen. De resterende vordering tot betaling van € 20.410,68 aan huurachterstand wordt toegewezen. Het beroep van Distribrands op huurprijsvermindering wordt afgewezen omdat zij onvoldoende onderbouwing en verifieerbare gegevens heeft aangeleverd. Daarnaast worden de gestelde gebreken niet aannemelijk geacht of zijn deze onvoldoende om huurkorting te rechtvaardigen.
Verder wordt een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 1.328,24 toegewezen, terwijl een deel van de gevorderde kosten wordt afgewezen. De contractuele boetes van € 600,- worden eveneens toegewezen. De wettelijke rente over de huurachterstand wordt afgewezen vanwege het boetebeding, maar wel toegewezen over de boetes. Proceskostenveroordeling wordt niet uitgesproken omdat partijen elk hun eigen kosten dragen.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het méér of anders gevorderde af.
Uitkomst: Distribrands wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en boetes, terwijl huurprijsvermindering en overige vorderingen worden afgewezen.