ECLI:NL:RBROT:2022:470
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Advocaat niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken partijstatus
In deze zaak heeft de advocaat van betrokkene wraking van de rechter verzocht tijdens een zitting over een zorgmachtiging. De rechtbank heeft onderzocht of het wrakingsverzoek ontvankelijk was, waarbij is vastgesteld dat het verzoek niet door een partij in de zin van artikel 36 Rv Pro was ingediend. Uit het proces-verbaal en de verklaringen bleek dat de advocaat het verzoek voor zichzelf deed en niet namens betrokkene, die zelf verklaarde geen problemen met de rechter te hebben.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk niet behandeld, omdat de ontvankelijkheid ontbrak. De advocaat werd niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd mondeling gegeven op 13 januari 2022 en schriftelijk uitgewerkt op 21 januari 2022 door een meervoudige kamer voor wrakingszaken.
De procedure kenmerkte zich door onenigheid tussen betrokkene en haar advocaat over de vertegenwoordiging, waarbij betrokkene aangaf zichzelf te kunnen vertegenwoordigen en geen vertrouwen meer had in haar advocaat. De rechtbank benadrukte het belang van juridische bijstand, maar respecteerde de wens van betrokkene. De advocaat reageerde met het wrakingsverzoek, dat uiteindelijk werd afgewezen wegens procedurele gronden.
Uitkomst: De advocaat is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat het verzoek niet door een partij als bedoeld in artikel 36 Rv is ingediend.