ECLI:NL:RBROT:2022:471
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P. Hameete
- G.C.W. van der Feltz
- N. Boonstra
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in parkeerbelastingzaak
Eiser kreeg van de gemeente Rotterdam een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, waartegen hij bezwaar maakte. Na diverse procedures, waaronder een niet-tijdig beslissen beroep en een terugverwijzing door het gerechtshof, werd de aanslag uiteindelijk herroepen. Eiser vorderde een hogere proceskostenvergoeding en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat het telefonische overleg tussen eiser en verweerder gold als een hoorzitting, waardoor verweerder ten onrechte niet de volledige proceskosten had vergoed. Eiser had recht op een aanvullende proceskostenvergoeding van €277.
Verder oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn was overschreden met 16 maanden, wat een immateriële schadevergoeding van €1.500 rechtvaardigt. De overschrijding was volledig aan verweerder toe te rekenen, ondanks dat eiser pas laat informeerde over de stand van zaken.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de schadevergoeding, de proceskostenvergoeding en de griffierechten, en stelde dat de uitspraak over de proceskosten in de plaats treedt van de eerdere vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank kent een hogere proceskostenvergoeding toe en veroordeelt verweerder tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.