3.2.Verweerder heeft in de bezwaarfase een “rapport vervoer dierlijke bijproducten” van de inspecteur [naam 3] (hierna: [naam 3]) van de NVWA overgelegd waarin hij ingaat op het bezwaarschrift van eiseres. Hierin staat onder meer het volgende:
“Op woensdag 16 mei 2018 was ik, [naam 3], als tweede controleur aanwezig bij de uitvoering van de controle op een vervoermiddel van [naam eiseres], gevestigd [adres], hierna uw cliënt te noemen.
Inspecteur [naam 1] heeft de controle uitgevoerd en nadere gegevens vastgelegd. Daar hij niet meer in dienst is van de NVWA bij deze vanuit mijn zijde, daar waar mogelijk, de reactie op uw bezwaar.”
“Ik kan bevestigen dat de container/oplegger aan de, met name bovenzijde, vervuild was met dierlijke resten, zijnde cat. 3 materiaal, als genoemd in het door [naam 1] opgemaakte Rapport van bevindingen.
Het trekkend voertuig staat op naam van uw cliënt en is derhalve als vervoerder in deze hoedanigheid verantwoordelijk, ook voor hetgeen wat aan het trekkend voertuig is gekoppeld.”
“Als bedoeld in de geldende bepalingen dienen vervoermiddelen voor dierlijke bijproducten schoon gehouden te worden zodat geen versleping van mogelijke aanwezige dierziekten plaats kan vinden. Of het vervoermiddel leeg of geladen is doet in deze situatie niet ter zake. Immers de aangetroffen vervuiling zat aan de buitenzijde van de afgesloten container/oplegger. Vervuiling welke aan de buitenzijde aanwezig is kan ook leiden tot versleping van mogelijk aanwezige dierziekten.”
“Ik kan bevestigen dat aan de buitenzijde vervuiling van cat3. materiaal aanwezig was. Ik kan mij echter niet herinneren of de gecontroleerde container/oplegger leeg of geladen was op moment van controle. Met betrekking tot de vervuiling aan de buitenzijde doet dit echter ook niet ter zake. Het vervoermiddel diende ook aan de buitenzijde schoon te zijn.
Dat er in het rapport van inspecteur [naam 1] gesproken wordt over container in plaats van oplegger ligt in de door ons gebruikte terminologie. Door ons worden afsluitbare opleggers bestemd voor het vervoer van dierlijke bijproducten ook veelal containers genoemd.
In uw bezwaar wordt aangehaald dat de container/oplegger op 15 mei 2018 gereinigd en ontsmet zou zijn, althans voor het voornomen, gecontroleerde, transport op 16 mei 2018. Dit wordt uwerzijds onderbouwd met afschriften van het Reinigings- en ontsmettingsboekje. Vanuit de gegevens zoals deze bij mij op dit moment bekend zijn blikt mij dat het vervoermiddel niet afdoende gereinigd of ontsmet is geweest, mede gelet op het feit dat er vastgesteld is dat aan de buitenzijde oudere vervuilingen aanwezig waren, thans dat vervuiling van cat.3 materiaal tijdens het laden van het vervoermiddel heeft plaatsgevonden. Deze vervuiling had voor het verlaten van het terrein in Son verwijderd moeten zijn.
Ik kan mij niet herinneren of de container/oplegger ten tijde van de controle leeg of geladen was. Ik heb, als tweede inspecteur, geen gegevens vastgelegd.
Nogmaals, gelet op het feit vervuiling aan de buitenzijde van de container/oplegger, doet het niet ter zake of het vervoermiddel ten tijde van de controle leeg of geladen was.
Vervuiling aan de buitenzijde van een vervoermiddel, geladen of niet, kan leiden tot versleping van mogelijk aanwezig dierziekten tijdens de hele voorgenomen route van Son naar Bergum.”
4. Eiseres voert aan dat de vermeende overtreding niet is bewezen, nu niet kan worden uitgegaan van de bevindingen in het boeterapport. Dat een verkeerde foto (van het voertuig met kenteken 11-BJV-5) bij het rapport is meegestuurd, bewijst dat de betreffende toezichthouder [naam 1] vaker fouten maakt. Dit geldt ook voor de vaststelling door deze toezichthouder dat de container leeg zou zijn. Als deze toezichthouder de container van binnen had gecontroleerd, had hij zonder meer vastgesteld dat deze vol was.
De chauffeur heeft uitdrukkelijk verklaard dat het voertuig volgeladen was en hij is zonder meer bereid om onder ede hierover te verklaren. De toezichthouder heeft verder ten onrechte de handelsdocumenten niet gecontroleerd, terwijl dit wel een verplichting was. Dan had de toezichthouder namelijk op dat moment kunnen vaststellen dat de container vol was.
De oplegger met kenteken [kentekennummer 2] werd slechts door het voertuig met kenteken [kentekennummer 1] getransporteerd. Dit was een vaste combinatie. Deze reed slechts van [naam bedrijf 1] volgeladen naar [naam bedrijf 2], heeft daar gelost, waarna de combinatie weer in overeenstemming met de wettelijke vereisten werd gepoetst en ontsmet. Deze combinatie reed volgens eiseres nooit leeg naar Burgum of naar Son.
Volgens eiseres heeft verweerder geen enkel ander bewijs ingebracht waarmee kan worden bewezen dat eiseres de gestelde overtreding heeft begaan. De bij het rapport van bevindingen gevoegde foto’s vormen immers ook geen bewijs van de overtreding. Er zijn door verweerder geen foto’s van de binnenkant van de container overgelegd, laat staan foto’s van een lege container, aldus eiseres.