ECLI:NL:RBROT:2022:4814
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking bijstandsuitkering wegens vermogen
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om haar bijstandsuitkering in te trekken wegens overschrijding van de vermogensgrens. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Uit bankafschriften en een bestuursrechtelijk onderzoek blijkt dat verzoekster over voldoende vermogen beschikt om in haar levensonderhoud te voorzien en een betalingsregeling is getroffen waarbij maandelijks €700 wordt afgelost. Hierdoor is het niet aannemelijk dat zij niet kan wachten op de beslissing op bezwaar.
Daarnaast is het niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Verzoekster was op de hoogte van de noodzaak om bewijsstukken over haar vermogen te overleggen en heeft niet alle relevante bankrekeningen opgegeven. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.