ECLI:NL:RBROT:2022:486
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang vader en zoon
Verzoeker, dakloos en gescheiden van zijn partner, heeft de zorg voor zijn zoon drie dagen per week maar geen vaste verblijfplaats. Hij verzoekt om maatschappelijke opvang samen met zijn zoon, wat door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is geweigerd. Verzoeker maakt bezwaar en vraagt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Hoewel verzoeker en zijn zoon niet samen kunnen verblijven, hebben zij beiden opvang: verzoeker in nachtopvang en zijn zoon elders. Dit betekent dat er geen zodanige prangende situatie is dat wachten op de beslissing op bezwaar onaanvaardbaar is.
Verzoekers beroep op het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM Pro) en zijn wens om de zorg voor zijn zoon uit te oefenen worden erkend, maar wegen niet op tegen het ontbreken van spoedeisend belang. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en laat de procedurekosten achterwege.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.