Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 14 april 2021 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van Zuster Norma;
- de akte van [eiseres] .
Rechtbank Rotterdam
De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin een werkneemster, hierna eiseres, betaling van achterstallig loon, reiskostenvergoeding, vergoeding voor niet genoten vakantiedagen, een coronabonus en een billijke vergoeding vorderde van haar voormalige werkgever, Zuster Norma.
De rechtbank wees het achterstallig loon toe en bevestigde dat er geen sprake was van een te hoog salaris. De gevorderde zorgbonus en billijke vergoeding werden afgewezen. De reiskostenvergoeding werd niet toegewezen omdat eiseres geen bewijs leverde van de overeengekomen vergoeding van € 0,19 per kilometer.
Voor de niet genoten vakantiedagen oordeelde de rechtbank dat eiseres aanspraak had op een saldo van 183,19 vakantie-uren. Omdat de werkgever naliet een gedetailleerde vakantiedagenadministratie te overleggen, werd aangenomen dat er geen vakantie-uren waren opgenomen, wat voor risico van de werkgever kwam. De vergoeding voor deze uren werd toegewezen met wettelijke verhoging en rente.
De werkgever werd tevens veroordeeld tot het verstrekken van een deugdelijke bruto/nettospecificatie. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en vergoeding voor niet genoten vakantiedagen met wettelijke verhoging en rente.