ECLI:NL:RBROT:2022:4940

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
10/027595-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38v SrArt. 48 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte medeplegen en medeplichtigheid poging tot afpersing

Op 18 augustus 2021 deed de aangever aangifte van een poging tot afpersing waarbij berichten met dreiging en een bitcoinadres werden verstuurd. Verdachte werd aangehouden in een voertuig waarin een telefoon met het gebruikte nummer werd gevonden. Verdachte gaf toe de gebruiker te zijn van het account waarmee het bitcoinadres werd verstuurd.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 8 maanden en een contact- en locatieverbod. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte wist of kon weten van de poging tot afpersing door de medeverdachte, noch dat hij een wezenlijke bijdrage had geleverd.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel medeplegen als medeplichtigheid. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank bepaalde tevens dat het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot afpersing wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/027595-22
Datum uitspraak: 25 mei 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,
wonende aan de [adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,
raadsvrouw mr. L.E. Versluis, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. N. Linnenbank heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest;
  • oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contact- en locatieverbod met het slachtoffer

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde medeplegen van een poging tot afpersing. De verdachte heeft een belangrijke rol in de poging tot afpersing gehad, gelet op het feit dat hij het bitcoinadres heeft aangemaakt en naar de medeverdachte heeft gestuurd. Daarnaast zat de verdachte naast de medeverdachte in de auto, terwijl de berichten door de medeverdachte naar de aangever werden verstuurd. Derhalve is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeverdachte en de aangever.
4.1.2.
Beoordeling
Vaststaande feiten en omstandigheden
Uit het dossier blijkt dat [naam slachtoffer] (hierna: de aangever) op 18 augustus 2021 aangifte heeft gedaan van een poging tot afpersing. Uit onderzoek is gebleken dat de berichten die in de tenlastelegging zijn vermeld zijn verstuurd vanaf het telefoonnummer [gsm-nummer] en dat de bijbehorende telefoon zich in de nabijheid van een voertuig bevond. Dit voertuig is geobserveerd en uiteindelijk zijn meerdere personen in de buurt van dit voertuig aangehouden, waaronder de verdachte. In dit voertuig is de telefoon met telefoonnummer [gsm-nummer] aangetroffen. Deze telefoon is onderzocht. Hieruit blijkt dat op 18 augustus 2021 om 03:32:39 een Snapchatbericht is ontvangen van de gebruiker [naam gebruiker] ( [naam] ) met daarin een bitcoinadres. Dit bitcoinadres is op 18 augustus 2021 om 03:55 uur gebruikt in één van de ten laste gelegde berichten die zijn verstuurd naar de aangever. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de gebruiker is van het account [naam gebruiker] ( [naam] ) en dat hij het bitcoinadres heeft verstuurd.
Vrijspraak primair en subsidiair
Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is; het moet gaan om een wezenlijke bijdrage. Voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige (als bedoeld in art. 48, aanhef en onder sub 1 en 2 Sr) en dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van het procesdossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dan wel kon weten dat de medeverdachte een poging zou doen om de aangever af te persen. Daarnaast is niet duidelijk geworden of en zo ja welke rol de verdachte bij de poging tot afpersing heeft gespeeld. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte een poging tot afpersing van aangever heeft gedaan noch dat hij hierbij opzettelijk behulpzaam is geweest of daartoe opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van zowel het primair tenlastegelegde (medeplegen) als van het subsidiair tenlastegelegde (de medeplichtigheid).
4.1.3.
Conclusie
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5..Vorderingen benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd: [naam slachtoffer] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partijen vorderen ieder een vergoeding van € 6.000,00 aan immateriële schade.
5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen.
5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in de vorderingen gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair wordt verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen af te wijzen nu deze niet zijn onderbouwd.
5.3.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in hun vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
5.4.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

7..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte (apart geminuteerd);
verklaart de benadeelde partijen [naam slachtoffer] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. D. van der Sluis en H. Wielhouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. de Graaf, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 mei 2022.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 18 augustus 2021 te Vlaardingen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 1.000.000,00 euro, in elk geval enig goed/geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [naam slachtoffer] , in elk geval aan een derde toebehoorde(n) één of meerdere whatsapp en/of sms berichten naar voornoemde [naam slachtoffer] heeft gestuurd waaronder de woorden: "Je hebt 2 weken de tijd gehad om na te denken, je hebt een grote fout gemaakt,
geld op mensen hun hoofd zetten nu staat er geld op jou en je naasten hun hoofden. Je hebt bij deze een boete van 1.000.000 ST in btc naar deze wallet [naam wallet] en ST in contanten als je hier
geen gehoor aan geeft en niks laat weten zie ik dit als een afwijzing en ze de consequenties voor jou en voor je naasten ik geef je 48 uur om de eerste ST te betalen daarna hebben we contact, zoniet gaan [naam persoon 1] en [naam persoon 2] de PIJP UIT!!" en/of "wij tolereren geen grapjes" en/of " [naam persoon 2] wordt de eerste", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[naam medeverdachte] op of omstreeks 18 augustus 2021 te Vlaardingen, althans in Nederland ter uitvoering van het door hem, [naam medeverdachte] , voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 1.000.000,00 euro, in elk geval enig goed/geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan die [naam slachtoffer] , in elk geval aan een derde toebehoorde(n) één of meerdere whatsapp en/of sms berichten naar voornoemde [naam slachtoffer] heeft gestuurd waaronder de woorden: "Je hebt 2 weken de tijd gehad om na te denken, je hebt een grote fout gemaakt,
geld op mensen hun hoofd zetten nu staat er geld op jou en je naasten hun hoofden. Je hebt bij deze een boete van 1.000.000 ST in btc naar deze wallet [naam wallet] en ST in contanten als je hier geen gehoor aan geeft en niks laat weten zie ik dit als een afwijzing en ze de consequenties voor jou en voor je naasten ik geef je 48 uur om de eerste ST te betalen daarna hebben we contact, zoniet gaan [naam persoon 1] en [naam persoon 2] de PIJP UIT!!" en/of "wij tolereren geen grapjes" en/of " [naam persoon 2] wordt de eerste", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 18 augustus 2021 te Vlaardingen, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
-zich (ten tijde van voornoemd delict, in elk geval tussen omstreeks 20:45 uur en 21:45 uur) in de nabijheid van die [naam medeverdachte] te bevinden en/of
-gegevens op te zoeken en/of te verstrekken en/of te versturen aan die [naam medeverdachte] en/of
(een) ander(en), waaronder de gegevens van voornoemde bitcoinwallet en/of gegevens omtrent die [naam slachtoffer] .