ECLI:NL:RBROT:2022:4941

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 mei 2022
Publicatiedatum
21 juni 2022
Zaaknummer
10/025131-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 26 WWMArt. 55 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit omgebouwd gaspistool en munitie in strijd met de Wet wapens en munitie

Op 28 januari 2022 werd de verdachte te Rotterdam aangetroffen met een omgebouwd gaspistool van het merk/type Blow F92 kaliber 9mm P.A.K. en bijbehorende munitie, waaronder knalpatronen die waren omgebouwd tot kogelpatronen en honderden projectielen. De verdachte bekende het bezit van het wapen en de munitie, en gaf aan het wapen te hebben schoongemaakt en van plan te zijn het te gebruiken.

De rechtbank weegt mee dat de verdachte onder invloed van drugs was toen hij werd aangetroffen en dat hij het wapen niet direct bij de politie heeft ingeleverd, maar eerst heeft schoongemaakt, waardoor mogelijke sporen zijn verwijderd. De verdachte heeft een strafblad met eerdere soortgelijke veroordelingen. Reclasseringsrapporten wijzen op een laag recidiverisico en een positieve inzet van de verdachte om zijn leven te verbeteren.

De rechtbank acht het feit ernstig vanwege het gevaar dat het bezit van een omgebouwd vuurwapen en munitie met zich meebrengt voor de samenleving en legt daarom een gevangenisstraf van 72 dagen op, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven en de tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 72 dagen gevangenisstraf waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur wegens bezit van een omgebouwd gaspistool en munitie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3
Parketnummer: 10/025131-22
Datum uitspraak: 11 mei 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,
raadsman: mr. S. Urcun, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. van Veen heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis;
  • opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 28 januari 2022 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type Blow F92 kaliber 9mm P.A.K. en bijbehorende munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten:
- 2 knalpatronen, kaliber 9mm P.A.K. en
- 3 knalpatronen, kaliber 9mm P.A.K., omgebouwd naar kogelpatronen en
- 495 projectielen, kaliber 9mm, merk Fiocchi (GFL) en
- 100 projectielen, kaliber .22(.224), merk Hornady voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft een omgebouwd gaspistool voorhanden gehad, dat geschikt is gemaakt voor het verschieten van kogelpatronen, met bijbehorende munitie. De verdachte is door verbalisanten aangetroffen in zijn auto op de openbare weg, terwijl hij onder invloed was van drugs. Hoewel de verdachte vanaf zijn eerste politieverhoor openheid van zaken heeft gegeven, rekent de rechtbank het de verdachte aan dat hij het wapen nadat hij dit kennelijk met een magneet had opgevist niet direct bij de politie heeft ingeleverd. In plaats daarvan heeft hij het wapen schoongemaakt, waardoor mogelijke sporen zijn verwijderd. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij van plan was om met het wapen te (gaan) schieten. De verdachte is speciaal naar Duitsland gereden om kogels aan te schaffen en heeft uiteindelijk een grote hoeveelheid knalpatronen aangeschaft. Uit onderzoek is gebleken dat een aantal van deze knalpatronen is omgebouwd naar kogelpatronen.
Het aanwezig hebben van een vuurwapen en munitie kan gemakkelijk leiden tot het gebruik ervan en vormt daarom een onaanvaardbaar risico in de maatschappij. Vuurwapengeweld leidt regelmatig tot slachtoffers en zowel het gebruik als het voorhanden hebben van een wapen brengt ook gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving. Dit betreft dus een ernstig feit en hiertegen dient, in het bijzonder uit oogpunt van generale preventie, streng te worden opgetreden.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 april 2022, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 april 2022. Dit rapport houdt het volgende in.
Er lijkt geen sprake te zijn van een delictpatroon en vanwege de aard van het bezit van het wapen en de munitie is geen sprake van een directe risicofactor. Het middelengebruik en het psychosociaal functioneren van de verdachte kunnen het risico op delictgedrag in algemene zin verhogen. De verdachte heeft na de preventieve detentie ingezien dat hij hulp nodig had en heeft daarop zelf hulp gezocht. Hij wordt momenteel behandeld door de Hoop GGZ en is tot op heden abstinent. De verdachte lijkt intrinsiek gemotiveerd om te werken aan zijn verslavingsproblematiek en wordt gesteund door zijn familie. Hij beschikt over een eigen woning, over werk en over een vast inkomen. Gelet hierop is de reclassering van mening dat aanvullende reclasseringsinterventies geen meerwaarde hebben. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat.
De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, omdat de voorlopige hechtenis van de verdachte al per
9 februari 2022 is geschorst en de verdachte zich – in de periode tot aan de terechtzitting – heeft ingezet om een positieve wending aan zijn leven te geven.
In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf is langer dan door de officier van justitie is geëist, nu het een zeer ernstig feit betreft en verdachte heeft verklaard dat hij van plan was het wapen te gaan gebruiken. Een groter voorwaardelijk strafdeel dient ertoe dat de verdachte zich zal blijven inzetten en zich in de toekomst ervan zal weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 72 (tweeënzeventig) dagen;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,
en mrs. D. van der Sluis en H. Wielhouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.R. de Graaf, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 mei 2022.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 28 januari 2022 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type Blow F92 kaliber 9mm P.A.K. en/of (bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van Pro die wet, van de Categorie III te weten
- (ongeveer) 2 knalpatronen, kaliber 9mm P.A.K. en/of
- (ongeveer) 3 knalpatronen, kaliber 9mm P.A.K., omgebouwd naar kogelpatronen en/of
- (ongeveer) 495 projectielen, kaliber 9mm, merk Fiocchi (GFL) en/of
- (ongeveer) 100 projectielen, kaliber .22(.224), merk Hornady
voorhanden heeft gehad;