Eiser stelt dat zijn zoon een valse aangifte heeft gedaan, waardoor de politie op 29 oktober 2019 een huiszoeking deed in de woning van eiser. De inval zou schade aan de voordeur hebben veroorzaakt, waarvoor eiser vergoeding eist van zijn zoon.
De zoon heeft aangifte gedaan tegen zijn drie broers wegens bedreiging, waarbij hij meldde dat zij een vuurwapen bij zich hadden. De politie trof echter geen vuurwapens aan en de broers zijn buiten vervolging gesteld wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de politie-inval het gevolg was van de aangifte van zijn zoon. Er zijn geen stukken die het verband aantonen en het tijdsverloop tussen aangifte en inval maakt dit verband niet vanzelfsprekend.
Daarom wordt de vordering tot schadevergoeding afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de tegenpartij. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.