Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting.
2..Tenlastelegging
3..Eis officieren van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden;
- verbeurdverklaring van het op 8 maart 2018 onder [naam medeverdachte 1] in beslag genomen geldbedrag van € 201.500,-.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie en het verschoningsrecht van [naam verdachte]
- er zitten stukken in het dossier over geheimhouderscommunicatie terwijl die geheimhouder op dat moment geen verdachte is;
- het generieke bevel vernietiging telecommunicatie met geheimhouderscommunicatie zit niet bij de processtukken;
- politie en officier van justitie laten de voeging van de stukken aan de processtukken bijna een jaar op zijn beloop;
- als de procedure bij de deken dan wordt gevolgd worden de stukken met de e-mail gewisseld, waarbij in één geval in het midden wordt gelaten waar het bericht precies over gaat en welk stuk is bijgevoegd;
- de officier van justitie legt het oordeel van de deken niet voor aan de rechter-commissaris (die daar overigens ook niet naar vraagt) maar meldt slechts dat de deken om een oordeel is gevraagd;
- de officier van justitie laat de verslaglegging vervolgens net zo op zijn beloop als de procedure zelf en als er dan, alweer, per e-mail en weer ruim anderhalf jaar later, een weergave van het oordeel van de deken komt, heeft de officier van justitie niet in de gaten dat een essentieel stuk niet bij dat oordeel is betrokken, laat althans niet blijken dat hij dat heeft opgemerkt;
- de officier van justitie laat ook de voeging van de stukken over het oordeel van de deken bij de processtukken op zijn beloop en als de raadsvrouw daar op de regiezitting van 24 augustus 2021 maar weer eens naar vraagt, verzet de officier van justitie zich nota bene tegen de voeging van de stukken, wat in strijd met het vervolgingsbelang is.
5..Waardering van het bewijs feiten 1 primair en 2
- Het pand [adres] werd gekocht door [naam medeverdachte 3] , maar dit werd gedaan op naam van zijn in Servië woonachtige zus om de naam van de werkelijke koper te verhullen.
- [naam medeverdachte 3] heeft geen kenbare financiële middelen om een dergelijk pand te kopen, terwijl er sterke aanwijzingen zijn dat [naam medeverdachte 3] zijn geld verdiende in de internationale drugshandel.
- [naam verdachte] en [naam medeverdachte 2] handelden samen met [naam medeverdachte 1] maandenlang en planmatig als een team, zoals [naam medeverdachte 2] dat zelf ook noemt. Weliswaar is niet rechtstreeks vastgesteld dat [naam medeverdachte 3] een geldbedrag bij [naam medeverdachte 2] heeft afgeleverd, maar dat dit is gebeurd blijkt uit de whatsapp van [naam persoon 3] aan [naam medeverdachte 3] en uit het feit dat [naam medeverdachte 2] geld aan [naam medeverdachte 1] heeft mee gegeven.
- [naam medeverdachte 1] was vervolgens degene die dat geld in delen bij [naam verdachte] moest afleveren.
- [naam verdachte] zorgde er vervolgens als contactpersoon van de notaris voor dat dat geld ook bij deze terechtkwam, zodat niet zou kunnen blijken wat de werkelijke herkomst van het geld was.
6..Bewezenverklaring
7..Strafbaarheid feiten
8..Strafbaarheid verdachte
9..Motivering straf
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee (2) jaar;