Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[verzoekster 1] ,
[verzoekster 2],
1..[gerekestreerde 1] ,
[gerekestreerde 3],
Rechtbank Rotterdam
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot conservatoir bewijsbeslag en gerechtelijke bewaring naar aanleiding van een eerdere beschikking. Het verzoek betrof een onrechtmatige daad en de vrees voor verduistering van bescheiden die relevant zijn voor de bewijsvoering.
De rechter stelde vast dat aan de vereisten van artikel 843a Rv werd voldaan en verleende het bewijsbeslag met beperkingen. Zo werd de omschrijving van te beslaan correspondentie beperkt tot een limitatieve opsomming en werd de beslagperiode vastgesteld van 1 oktober 2021 tot 24 december 2021.
Voor de deurwaarder, als openbaar ambtenaar, werden aanvullende voorwaarden gesteld. Zo moet een vertegenwoordiger van de KBvG als gerechtelijk bewaarder aanwezig zijn bij de beslaglegging. Tevens werden dwangsommen gematigd en geheimhoudingsverplichtingen opgelegd. De beslaglegging mag niet worden voltooid zonder aanwezigheid van een advocaat of vertrouwenspersoon indien deze binnen het eerste uur is opgeroepen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de termijn voor het instellen van de hoofdzaak is gesteld op 30 dagen na het eerste beslag.
Uitkomst: Het conservatoir bewijsbeslag met gerechtelijke bewaring wordt toegewezen onder strikte voorwaarden, waaronder aanwezigheid van een KBvG-vertegenwoordiger als gerechtelijk bewaarder bij deurwaardersbeslag.