Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf B],
1..De (verdere) procedure
- het tussenvonnis van 11 maart 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte na comparitie van [persoon A] ;
- de akte na comparitie van [persoon B] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens gebreken in de uitvoering van bestratingswerkzaamheden door gedaagde. De rechtbank beoordeelt verschillende klachten, waaronder het uit het verband drukken van klinkers, onvoldoende afschot van de oprit, ruimte tussen tegels en betonband, en hoogteverschillen tussen keramische tegels.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een gebrek bij het uit het verband drukken van klinkers en bij het hoogteverschil tussen keramische tegels, maar wijst de schadevergoeding slechts gedeeltelijk toe. De herstelkosten worden geschat op 25% van de door de deskundige opgestelde begroting. Andere klachten worden onvoldoende onderbouwd geacht en afgewezen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van een schadevergoeding van in totaal €1.430,96, inclusief een vergoeding voor beschadigde staander en een deel van de expertisekosten. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen in reconventie worden afgewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot beperkte schadevergoeding van €1.430,96 en eiser wordt veroordeeld in proceskosten.