ECLI:NL:RBROT:2022:5185
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening boete wegens niet tijdig inburgeren
Eiseres heeft een boete van €250 opgelegd gekregen wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Zij verzocht om herziening van dit besluit met het argument dat de termijn om in te burgeren was verlengd tot 10 augustus 2021 en zij vóór die datum was ingeburgerd, waardoor de boete onterecht zou zijn.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees het verzoek af, stellende dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Eiseres stelde dat het besluit evident onredelijk was en beriep zich op het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres dit betoog eerder had moeten aanvoeren en dat het beroep feitelijk neerkomt op een discussie over de juistheid van het oorspronkelijke besluit, waarvoor in deze procedure geen plaats is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om herziening van de boete wordt ongegrond verklaard.