ECLI:NL:RBROT:2022:5192
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzet tegen onbevoegdverklaring rechtbank inzake brief College voor de Rechten van de Mens
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een brief van het College voor de Rechten van de Mens (verweerder) van 8 juni 2021. De rechtbank heeft zich in een eerdere uitspraak onbevoegd verklaard om dit beroep te behandelen, omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreft. Opposant stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring.
Tijdens de zitting op 9 juni 2022 heeft de rechtbank het verzet behandeld. De rechtbank heeft overwogen dat de brief van verweerder geen rechtshandeling is die de rechtspositie van opposant verandert, en daarom niet als een Awb-besluit kan worden aangemerkt. Verweerder is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens en heeft toegezegd een elektronisch overzicht van gebruikte persoonsgegevens aan opposant te verstrekken.
De rechtbank concludeert dat zij terecht heeft geoordeeld onbevoegd te zijn en verklaart het verzet ongegrond. De eerdere buiten-zittinguitspraak blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank wordt ongegrond verklaard.