ECLI:NL:RBROT:2022:5195

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juni 2022
Publicatiedatum
27 juni 2022
Zaaknummer
ROT 22/1259 V
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegdverklaring beroep op e-mailbericht collegegeldregeling

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een e-mailbericht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het verschuldigde collegegeld. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd omdat het bericht geen besluit in de zin van de Awb is. Opposant stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring en voerde aan dat het bericht wel rechtsgevolgen heeft en discriminatie bevat.

De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de onbevoegdverklaring terecht was. Zij concludeert dat het e-mailbericht slechts uitleg geeft over het collegegeld en niet de rechtspositie van opposant verandert. Daarmee voldoet het niet aan de definitie van een Awb-besluit.

Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het e-mailbericht wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/1259 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2022 op het verzet van

[naam opposant], te [woonplaats opposant], opposant.

Inleiding

Opposant heeft tegen het e-mailbericht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (verweerder) van 27 december 2021 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 15 april 2022 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van dat beroep kennis te nemen.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
De rechtbank heeft het verzet op 9 juni 2022 op zitting behandeld. Opposant is verschenen.

Beoordeling van het verzet

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft zich kennelijk onbevoegd geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat eiser beroep heeft ingesteld tegen een e-mailbericht dat niet kan worden aangemerkt als Awb-besluit.
2. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank het volgende aan. Het heeft lang geduurd totdat verweerder reageerde op het bezwaar van opposant van 3 augustus 2021. Het e-mailbericht van verweerder dat daarop volgde (van 27 december 2021) is volgens opposant wel degelijk een Awb-besluit omdat dat bericht voor hem een rechtsgevolg heeft. Door het hoge instellingscollegegeld kan opposant geen opleiding volgen. Opposant betoogt verder dat sprake is van ongelijke behandeling van afgestudeerden bij het volgen van een tweede masteropleiding (die het (hogere) instellingscollegegeld betalen) terwijl studenten die gelijktijdig twee masteropleidingen volgen het (lagere) wettelijke collegegeld betalen. Opposant voert aan dat het College voor de rechten van de mens in het verleden meerdere malen heeft geoordeeld dat sprake is van discriminatie naar leeftijd. Hierna heeft de Rijksoverheid het verschil in collegegeld destijds laten vervallen, maar met het huidige verschil is wederom sprake van discriminatie. Verweerder moet aanduiden hoe de huidige regeling zich verhoudt tot de Wet gelijke behandeling. Opposant voert verder aan dat de grens van 30 jaar voor studiefinanciering eveneens discriminerend is.
3. In deze verzetzaak beoordeelt de verzetrechter uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat de rechtbank onbevoegd is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. De verzetrechter overweegt dat de rechtbank terecht heeft kunnen oordelen dat het e-mailbericht van verweerder van 27 december 2021 geen Awb-besluit is. Het e-mailbericht bevat uitleg over het verschuldigde collegegeld in het hoger onderwijs. Het is niet gebleken dat met dit e-mailbericht de rechtspositie van opposant is veranderd. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden voor een besluit (uit artikel 1:3 van Pro de Awb) en was de rechtbank onbevoegd om het beroep te behandelen.

Conclusie en gevolgen

5. In wat opposant heeft aangevoerd, ziet de verzetrechter dus geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 15 april 2022. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2022.
De rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.