ECLI:NL:RBROT:2022:5203
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring administratief beroep bij omgevingsvergunning en bestemmingsplan
Opposant stelde administratief beroep in tegen besluiten van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg betreffende een bestemmingsplan en omgevingsvergunningen. Verweerder verklaarde het administratief beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een wettelijke bevoegdheid. Opposant maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar dit bezwaar werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep daarop kennelijk ongegrond zonder zitting.
Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak. De rechtbank oordeelde dat de brief van verweerder van 18 juni 2021 wel een besluit in de zin van de Awb is en dat het bezwaarschrift van opposant als beroepschrift had moeten worden aangemerkt en doorgestuurd naar de bevoegde bestuursorganen. Verweerder heeft dit niet gedaan, waardoor de buiten-zittinguitspraak niet in stand kan blijven en het verzet gegrond is.
De rechtbank vervolgde de behandeling van het beroep en overwoog dat op grond van de Wabo geen administratief beroep openstaat tegen de besluiten. Wel had verweerder het bezwaarschrift moeten doorzenden naar de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond en het beroep ongegrond en bepaalde dat verweerder het bezwaarschrift alsnog moet doorzenden voor behandeling.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het beroep ongegrond, met de verplichting voor verweerder het bezwaarschrift alsnog door te zenden voor behandeling.