Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om Nationale Nederlanden (NN) te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. NN, schuldeiser met een vordering van €35.200,06 (54% van de totale schuld), weigerde mee te werken omdat zij het aanbod te laag vond en betoogde dat het dwangakkoord niet bedoeld is voor situaties waarin de grootste schuldeiser weigert.
Verzoeker werkt parttime 24 uur per week vanwege lichamelijke klachten en heeft een prognoseakkoord aangeboden waarbij preferente schuldeisers 4,76% en concurrente schuldeisers 2,38% ontvangen. Acht van de negen schuldeisers stemden in met het akkoord. De Kredietbank Rotterdam heeft het voorstel getoetst en als controleerbaar beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van NN. De schuldsaneringsregeling zou minder opleveren door kosten van bewindvoerder en griffierecht. Daarom wordt NN bevolen in te stemmen met het akkoord. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. NN wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker geen advocaat had.
Uitkomst: De rechtbank beveelt Nationale Nederlanden in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.