Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij zij 3,71% aan preferente en 1,85% aan concurrente schuldeisers zou betalen. Twaalf van de dertien schuldeisers stemden in, maar ING, met een vordering van 59,6% van de totale schuld, weigerde. ING vond het aanbod te laag en stelde dat verzoekster zich onvoldoende inspande om meer te werken.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster een parttime dienstverband heeft en recent een training volgde om haar kansen op meer uren te vergroten. Tevens was een gesprek gepland met haar werkgever over uitbreiding van uren. Schuldhulpverlening bevestigde dat verzoekster aan haar inspanningsverplichting voldoet en onder budgetbeheer staat.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van ING, mede omdat het akkoord deskundig is getoetst en een beter resultaat biedt dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom beveelt de rechtbank ING om in te stemmen met het akkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.