Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar negen schuldeisers, waarbij acht schuldeisers instemden en één schuldeiser, met een relatief klein aandeel van 5,5% in de totale schuld, weigerde mee te werken. De regeling voorziet in een betaling van circa 30% aan preferente en 15% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet. Verzoekster is vrijgesteld van sollicitatieplicht tot augustus 2023 en ontvangt ondersteuning van een hulpverlener.
De rechtbank stelt vast dat het aanbod zorgvuldig is opgesteld en getoetst door een onafhankelijke partij. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verzoekster en de instemmende schuldeisers zwaarder weegt dan dat van de weigeraar. De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de regeling en veroordeelt haar in de proceskosten.
Daarnaast wijst de rechtbank het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af, omdat de vrijwillige regeling een gunstiger resultaat oplevert voor de schuldeisers. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.