Eiseres heeft op 8 februari 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag ingediend bij verweerder. Verweerder heeft de beslistermijn eenzijdig verlengd, maar heeft uiteindelijk niet binnen de gestelde termijn een beslissing genomen. Eiseres stelde verweerder meerdere malen in gebreke en diende op 16 maart 2022 een beroep in wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank oordeelt dat het beroep prematuur was ingediend, omdat nog geen twee weken waren verstreken sinds de ingebrekestelling. Desondanks wordt het beroep inhoudelijk beoordeeld om onnodige procedurele lasten te voorkomen. Vaststaat dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder een dwangsom heeft verbeurd.
De rechtbank stelt de hoogte van de dwangsom vast op €1.442,- en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, verbeurt hij een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.
De rechtbank benadrukt dat ondanks de grote hoeveelheid herbeoordelingsverzoeken, de standaardtermijn van twee weken niet wordt verlengd. Verweerder had al ruim voor de uitspraak kunnen starten met de procedure. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en de dwangsomregeling wordt toegepast.