De huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, heeft sinds december 2020 een huurachterstand opgebouwd op de woning die zij huurt van Stichting Woonbron. De achterstand bedroeg bij dagvaarding ruim 8 maanden huur en was op het moment van de mondelinge behandeling opgelopen tot ruim 11 maanden.
Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de achterstallige huur inclusief buitengerechtelijke incassokosten, en ontruiming van de woning. De huurder betwist de vordering, maar erkent de achterstand en de moeilijke persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen, ondanks de psychische problemen van de huurder en het feit dat er een bewindvoerder is benoemd en schuldhulpverlening is ingezet. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de wettelijke rente, de incassokosten en de lopende huur tot de ontruiming.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.