ECLI:NL:RBROT:2022:5242

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
29 juni 2022
Zaaknummer
9597055 CV EXPL 21-42073
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand

De huurder, vertegenwoordigd door een bewindvoerder, heeft sinds december 2020 een huurachterstand opgebouwd op de woning die zij huurt van Stichting Woonbron. De achterstand bedroeg bij dagvaarding ruim 8 maanden huur en was op het moment van de mondelinge behandeling opgelopen tot ruim 11 maanden.

Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de achterstallige huur inclusief buitengerechtelijke incassokosten, en ontruiming van de woning. De huurder betwist de vordering, maar erkent de achterstand en de moeilijke persoonlijke omstandigheden.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen, ondanks de psychische problemen van de huurder en het feit dat er een bewindvoerder is benoemd en schuldhulpverlening is ingezet. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de wettelijke rente, de incassokosten en de lopende huur tot de ontruiming.

De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand inclusief rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9597055 CV EXPL 21-42073
datum uitspraak: 20 mei 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: [naam 1],
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [handelsnaam], in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam 2],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
zonder gemachtigde.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’, ‘[gedaagde]’ en ‘[naam 2]’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 14 december 2021, met bijlage;
  • het antwoord van (de gemachtigde van) [naam 2];
  • het vonnis waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 22 maart 2022;
  • de reactie van [gedaagde] van 5 april 2022, met bijlagen;
  • de door [gedaagde] overgelegde mail van de gemachtigde van Woonbron van 7 april 2022.
1.2.
Op 22 maart 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met Woonbron (met gemachtigde), [naam 2] (met gemachtigde mr. C.C.J.L. Huurman) en [naam 3] (coach van [naam 2] besproken).

2..De feiten

2.1.
[naam 2] huurt vanaf december 2006 de woning aan het adres [adres] van Woonbron De maandelijkse huurprijs bedraagt op dit moment € 662,39 per maand en moet bij vooruitbetaling worden betaald.
2.2.
In de betaling van de huur is vanaf december 2020 een achterstand ontstaan.
2.3.
Bij beschikking van 2 maart 2022 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam 2] onder bewind gesteld en is [gedaagde] benoemd tot bewindvoerder.

3..Het geschil

3.1.
Woonbron eist samengevat:
  • de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde te ontruimen;
  • [gedaagde] te veroordelen aan Woonbron te betalen € 6.571,36 met rente over een bedrag van € 5.144,01 en de lopende huur vanaf januari 2022;
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit € 8.611,07 aan huur tot en met de maand december 2021 en buitengerechtelijke kosten van € 764,96. Hierop is in totaal een bedrag van € 2.804,67 afgelost, zodat een bedrag van € 6.571,36 resteert.
3.2.
Woonbron baseert de eis op het volgende. Er is een huurachterstand ontstaan en deze rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst.
3.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Haar verweer wordt onder de beoordeling besproken.

4..De beoordeling

huurachterstand, rente en kosten
4.1.
Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand op het moment van de mondelinge behandeling € 7.793,57 was. Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand maart 2022. [gedaagde] wordt veroordeeld om dit bedrag aan Woonbron te betalen. De gevorderde wettelijke rente wordt ook toegewezen, omdat [gedaagde] in verzuim is.
4.2.
Woonbron maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet zij een zogenaamde veertiendagenbrief hebben verzonden. Zij heeft een brief overgelegd die aan de daaraan te stellen eisen voldoet. [naam 2] heeft betwist dat hij de brief heeft ontvangen. Het is niet duidelijk of [gedaagde] dit verweer heeft overgenomen. In haar reactie stelt zij daar niets over. Maar ook als dit wel haar bedoeling is geweest, wordt dit verweer verworpen. [naam 2] heeft op de mondelinge behandeling aangegeven dat hij een moeilijke tijd achter de rug heeft en dat hij daardoor “alles heeft laten liggen”. Tegen deze achtergrond is de enkele stelling dat hij de brief niet heeft ontvangen onvoldoende. De hoogte van de gevorderde vergoeding komt overeen met de daarvoor vastgestelde tarieven, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.
ontbinding huurovereenkomst
4.3.
Als de huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter wijst deze vordering alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Meestal zal een achterstand van meer dan drie maanden voldoende zijn, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen [1] .
4.4.
In het kader van de gevorderde ontbinding en ontruiming weegt de kantonrechter de volgende omstandigheden af. Op het moment van dagvaarden was de huurachterstand gelijk aan ruim 8 maanden huur. Inmiddels is de huurachterstand opgelopen tot een bedrag gelijk aan ruim 11 maanden huur. Het is natuurlijk vervelend dat [naam 2] psychische problemen heeft, maar dat betekent niet dat Woonbron een huurachterstand van bijna een jaar hoeft te accepteren. Het is fijn dat er inmiddels een bewind is uitgesproken en [naam 2] is aangemeld voor schuldhulpverlening. Ook is het fijn dat hij kort geleden een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, waardoor hij een bruto maandinkomen van € 2.600,- per maand heeft. Zoals [gedaagde] aangeeft, is er echter helaas geen mogelijkheid tot aflossing van de huurachterstand op korte termijn. Mede gelet op de hoogte van de huurachterstand is de kantonrechter daarom van oordeel dat de tekortkoming de ontbinding rechtvaardigt.
4.5.
De vordering zal daarom worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt, gelet op de omstandigheden van [naam 2], bepaald op veertien dagen.
4.6.
[gedaagde] moet de huur blijven betalen tot en met de maand waarin zij de woning met al haar spullen heeft verlaten. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen.
intentie tot een regeling
4.7.
De kantonrechter merkt nog op dat Woonbron heeft aangegeven open te staan voor een regeling, onder het voorbehoud dat het een allesomvattende schuldenregeling via de Kredietbank betreft, die binnen uiterlijk drie maanden is aangevangen.
proceskosten
4.8.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Woonbron tot vandaag vast op € 123,56 aan dagvaardingskosten, € 507,- aan griffierecht en € 622,- aan salaris voor de gemachtigde ( 2 punten x € 311,- tarief). Dit is totaal € 1.252,56.
uitvoerbaarheid bij voorraad
4.9.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5..De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 8.558,53 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 5.144,01 vanaf 1 november 2021 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonbron te stellen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] aan Woonbron te betalen € 662,39 met ingang van de maand april 2022 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de kant van Woonbron tot vandaag vastgesteld op € 1.252,56;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
44236

Voetnoten

1.zie Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.