In deze vrijwaringsprocedure tussen ex-echtgenoten over een huurachterstand van een woning die door Stichting Woonplus wordt verhuurd, staat centraal wie verantwoordelijk is voor de huurachterstand over de periode november 2020 tot en met 2 juni 2021.
De eiseres stelt dat zij de woning op 2 juni 2021 heeft verlaten en met de gedaagde is overeengekomen dat hij de volledige achterstallige huur zal betalen. De gedaagde betwist dit en stelt dat juist zij de volledige huurachterstand tot die datum moet voldoen, omdat hij in die periode elders woonde en woonlasten betaalde.
De kantonrechter constateert dat partijen hun stellingen onvoldoende met bewijs hebben onderbouwd, waardoor niet kan worden vastgesteld wat de afspraken precies waren. Daarom wordt een mondelinge behandeling gepland waarin partijen hun standpunten kunnen toelichten, bewijs kunnen aandragen en mogelijk tot een regeling kunnen komen.
De rechter wijst partijen erop dat alle relevante stukken tijdig moeten worden ingediend en stelt de verdere beslissing aan. De mondelinge behandeling zal gelijktijdig met de hoofdzaak plaatsvinden.