De Stichting Centrum voor vrijwillige en professionele maatschappelijke dienstverlening vordert in kort geding de ontruiming van woonruimte die zij tijdelijk verhuurt aan de gedaagde. De vordering is gebaseerd op een huurachterstand van meer dan acht maanden en het niet meewerken van de gedaagde aan de maatschappelijke begeleiding, waardoor het zorgarrangement wordt beëindigd.
De gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend. De kantonrechter stelt vast dat de Stichting een spoedeisend belang heeft bij de vordering vanwege een wachtlijst voor begeleiding en het feit dat de woonruimte niet beschikbaar is voor andere cliënten. De huurachterstand is gespecificeerd en bedraagt inmiddels € 4.662,52 tot en met juni 2022.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen en wijst daarom de vordering tot ontruiming toe met een termijn van veertien dagen. Tevens worden de proceskosten van € 753,43 aan de zijde van de Stichting toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.