Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 25 mei 2022;
- de 9 producties van de vrouw;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling op 13 juni 2022.
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een langdurige relatie van 12,5 jaar waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie in augustus 2020 is de vrouw belast met het gezag over de kinderen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van een jeugdbeschermingsinstantie en de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling zijn nog in behandeling.
De vrouw vorderde een contactverbod tegen de man vanwege negatieve, beledigende en bedreigende uitlatingen via sociale media. De man betwistte de stelselmatigheid en stelde dat communicatie vooral over het ouderschap ging en dat recente berichten ontbreken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel er kwetsende uitlatingen zijn geweest, deze overwegend uit 2020 dateren en recente uitingen beperkt zijn. Er is geen sprake van stelselmatig onrechtmatig gedrag dat een contactverbod rechtvaardigt. De vrouw kan zelf contact blokkeren en communicatie over de kinderen verloopt via derden. De vordering wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: De vordering tot contactverbod wordt afgewezen wegens onvoldoende feiten die een inbreuk rechtvaardigen.