Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het vonnis in het incident van de kantonrechter te Den Haag van 11 augustus 2021, waarin de zaak verwezen is naar de kantonrechter te Rotterdam en de daaraan ten grondslag liggende processtukken, waaronder het exploot van dagvaarding van 3 maart 2021 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 25 oktober 2021, waarin de kantonrechter een mondelinge behandeling heeft bepaald;
- de bij brief van 10 januari 2022 in het geding gebrachte producties aan de zijde van [eiser] ;
- de ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 19 januari 2022 overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [eiser] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 januari 2022;
- de akte aan de zijde van [gedaagde] met producties;
- de antwoordakte aan de zijde van [eiser] met producties;
- de brief van 24 maart 2022 met één productie aan de zijde van [gedaagde] ;
- de ter gelegenheid van de op 30 maart 2022 gehouden mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen aan de zijde van [gedaagde] .
2..De vaststaande feiten
4. Vergoedingen
9..Bonusregeling
4. Vergoedingen
.
9..Bonusregeling
- €8000 miv 1 juni 2018
- Bonus van 10% over zelf gegenereerde praktijkomzet (mits geïncasseerd), ongeacht wie de uren schrijft.
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
donderdag 7 juli 2022 om 14:30 uurvoor het nemen van een akte door [eiser] voor het in rechtsoverweging 4.25. genoemde doel, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal zijn bij akte daarop te reageren.