Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die door de meerderheid van schuldeisers is geaccepteerd. De schuldeiser, met een vordering van 82,8% van de totale schuldenlast, weigert mee te werken omdat het aanbod te laag zou zijn en verzoekster niet het maximaal haalbare zou bieden.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster een problematische schuldenlast heeft en dat het aangeboden akkoord, gebaseerd op de NVVK-norm en een prognosepercentage, het uiterste is wat zij kan bieden. Verzoekster is gemotiveerd en werkt aan haar financiële situatie met begeleiding en een werkcoach. De schuldeiser is niet verschenen ter zitting om haar standpunten toe te lichten.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de overige schuldeisers, die het akkoord hebben aanvaard, zwaarder dan dat van de weigeraar. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en de schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.