Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- de heer [persoon C] namens de gemachtigde van [persoon A] ;
- de heer [persoon B] in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Rechtbank Rotterdam
In deze verzetzaak oordeelt de kantonrechter dat de eiser in verzet niet-ontvankelijk is omdat hij niet tijdig verzet heeft ingesteld. De verzettermijn vangt aan op het moment dat de tenuitvoerlegging voltooid wordt geacht, wat hier het geval is na de eerste betaling van een beslag op een periodieke sociale uitkering.
De gemeente Rotterdam had derdenbeslag gelegd op de sociale dienstuitkering van de eiser in verzet en had de gemachtigde van de oorspronkelijke eiser bij brief geïnformeerd over de maandelijkse afdracht aan de deurwaarder. De eerste betaling vond plaats op 23 juni 2015, waarmee de verzettermijn van vier weken begon te lopen.
De eiser in verzet heeft pas op 22 april 2022 verzet ingesteld, ruim na het verstrijken van de termijn. De kantonrechter stelt vast dat de fictie van voltooide tenuitvoerlegging na de eerste betaling geldt en verklaart het verzet daarom niet-ontvankelijk. Tevens wordt de eiser in verzet veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Eiser in verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn en veroordeeld in de proceskosten.