Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De beschuldigingen in de tenlasteleggingen
2..De beslissingen over het bewijs
waarbijde feitelijkheden hebben bestaan uit het onverhoeds van achteren benaderen en vervolgens duwen/botsen tegen die [naam slachtoffer 2].
waarbijde feitelijkheden hebben bestaan uit het onverhoeds van achteren benaderen van die [naam slachtoffer 4] en vervolgens brengen van zijn, verdachtes, handen onder de jurk van die [naam slachtoffer 4].
waarbijde feitelijkheden hebben bestaan uit het onverhoeds van achteren benaderen van die [naam slachtoffer 5] en vervolgens brengen van zijn, verdachtes, handen naar de voetbalbroek ter hoogte van de schaamstreek van die [naam slachtoffer 5].
waarbijhet geweld heeft bestaan uit het vastpakken van de keel van die [naam slachtoffer 6].
- feit 4: de door de aangeefster [naam slachtoffer 5] genoemde handelingen zijn niet zichtbaar op de camerabeelden en het DNA van de verdachte is niet aanwezig in de bemonstering van het ondergoed van de aangeefster;
- feit 5: uit de camerabeelden blijkt niet waar de verdachte de aangeefster [naam slachtoffer 6] precies heeft aangeraakt.
3..De bewijsmiddelen
Eigen waarneming van de rechtbank
De verboden gedragingen en de strafbaarheid
Motivering straf en maatregel
6..De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
- De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding van € 12.224,14 betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2021, en de kosten.
- De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding van € 200,- betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2021 en de kosten.
- De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding van 822,- betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2021 en de kosten.
7..Beslissing over de vordering tenuitvoerlegging
8..De beslissing over de inbeslaggenomen goederen
9..Beslissing
een mes(omschrijving: [procesverbaalnummer 3]-G6277987, wit);
[naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 12.224,14(zegge: twaalfduizend tweehonderd vierentwintig euro en veertien eurocent), bestaande uit € 4.724,14 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade.
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 1]te betalen
€ 12.224,14(hoofdsom, zegge: twaalfduizend tweehonderd vierentwintig euro en veertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 12.224,14niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
96 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van
€ 200,-(zegge: tweehonderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 2]te betalen
€ 200,-(hoofdsom, zegge:
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
4 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 3], te betalen een bedrag van
€ 822,-(zegge: achthonderd tweeëntwintig euro), bestaande uit € 422,- aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 3]te betalen
€ 822,-(hoofdsom, zegge: achthonderd tweeëntwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 822,-niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
16 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;