ECLI:NL:RBROT:2022:5421
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig beslissen Tozo-3 en Tozo-4 aanvragen gegrond verklaard
Opposant heeft aanvragen ingediend voor Tozo-3 en Tozo-4 uitkeringen en stelde het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen. De rechtbank had het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het niet toekennen van dwangsommen kennelijk ongegrond verklaard. Tevens verwees de rechtbank het beroep voor zover het de Tozo-3 aanvraag betrof naar verweerder.
In het verzet betoogde opposant dat de rechtbank niet alle relevante informatie had meegewogen, waaronder het feit dat verweerder al een beslissing had genomen op bezwaar tegen het besluit van 13 oktober 2021 en dat hij het besluit over de Tozo-4 aanvraag pas later had ontvangen. De verzetrechter oordeelde dat het besluit van 20 januari 2022 onbevoegd was genomen, maar dat dit een nadere motivering van het eerdere besluit kon zijn, waardoor de rechtbank niet zonder zitting kon oordelen over het beroep op de Tozo-3 aanvraag.
Ten aanzien van de Tozo-4 aanvraag stelde de rechtbank vast dat het besluit van 21 mei 2021 mogelijk niet correct was bekendgemaakt omdat de envelop was geretourneerd wegens het ontbreken van een brievenbus, terwijl opposant verklaarde wel een brievenbus te hebben. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk was.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak en bepaalde dat het onderzoek in de beroepen wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere uitspraak wordt vernietigd, waarna het onderzoek wordt voortgezet.