Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 16 december 2021, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [verzoeker].
2..De vaststaande feiten
3..Het verzoek
4..Het verweer en nevenverzoeken
5..De beoordeling
6..De beslissing
- verklaart voor recht dat [verweerder] met ingang van 1 november 2021 recht heeft op het salaris van € 11.575,- bruto, exclusief vakantiegeld;
- veroordeelt [verzoeker] aan [verweerder] te betalen het achterstallige salaris vanaf 1 november 2021, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging van 50%;
- bepaalt dat de termijn waarbinnen [verzoeker] het verzoek kan intrekken (door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier met gelijktijdige toezending van een kopie daarvan aan de gemachtigde van [verweerder] zal lopen tot en met 16 maart 2022;
in het geval [verzoeker] het verzoek niet binnen die termijn intrekt:
- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en [verweerder] met ingang van 1 mei 2022;
- veroordeelt [verzoeker] om aan [verweerder] te betalen een transitievergoeding ter hoogte van € 8.002,08 bruto;
- veroordeelt [verzoeker] om aan [verweerder] te betalen een billijke vergoeding van € 75.000,- bruto;
- compenseert de proceskosten, in die zin dat partijen ieder de eigen kosten van deze procedure dragen;
- verklaart bovengenoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;