De werknemer trad in februari 2020 in dienst als broker liquid oils bij de vennootschap onder firma, met een relatief hoog salaris. Na een loonoffer van een jaar en vrijstelling van arbeid vanaf november 2021, verzocht de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat disfunctioneren onvoldoende was onderbouwd, maar dat de arbeidsverhouding duurzaam verstoord was. Spanningen binnen het team en het ontbreken van concrete verbetermaatregelen door de werkgever leidden tot deze conclusie. De werknemer erkende de situatie niet, wat de samenwerking bemoeilijkte.
De werkgever werd tekortgeschoten in haar zorgplicht, waardoor de werknemer recht had op een billijke vergoeding van €75.000. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 mei 2022, met toekenning van transitievergoeding en achterstallig salaris. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.