ECLI:NL:RBROT:2022:5524
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de berekening van de loonsom in de NOW 3-regeling bij payrollconstructie
Eiser, een horecaondernemer met meerdere vestigingen, waaronder twee cafés, maakte bezwaar tegen de hoogte van de NOW 3- tegemoetkomingen vastgesteld door het UWV. De kern van het geschil betrof de vraag of de betalingen aan een payrollbedrijf bij de berekening van de loonsom moesten worden meegenomen. Eiser stelde dat de loonsom onjuist was berekend omdat de kosten van het payrollpersoneel niet waren meegenomen, terwijl hij deze kosten feitelijk droeg.
De rechtbank overwoog dat de NOW 3-regeling duidelijk bepaalt dat de loonsom bestaat uit het loon van werknemers behorende tot het loonheffingsnummer van de werkgever. Het payrollpersoneel valt onder het loonheffingsnummer van het payrollbedrijf en wordt daarom niet meegerekend in de loonsom van eiser. Dit is in lijn met het doel van de regeling om werkgevers te ondersteunen bij het behoud van eigen werknemers.
Daarnaast heeft de rechtbank het beroep op exceptieve toetsing beoordeeld en geoordeeld dat de minister een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. De keuze om betalingen aan payrollbedrijven buiten beschouwing te laten, is gemotiveerd vanuit het belang van een snelle en eenvoudige uitvoering van de noodmaatregel. Het nadeel voor eiser en vergelijkbare ondernemers weegt niet zwaarder dan het algemene belang van de regeling.
De rechtbank concludeert dat de hoogte van de tegemoetkomingen juist is vastgesteld, dat de definitie van loonsom niet buiten toepassing wordt gelaten en verklaart de beroepen ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vaststelling van de tegemoetkomingen exclusief payrollkosten.